Boromir was de zoon van stadhouder Denethor II en de oudere broer van Faramir. Hij maakte deel uit van het Reisgenootschap van de Ring.
Uiterlijk[]
Boromir was een lange man met een nobel gezicht, donker haar en grijze ogen.[1]
Biografie[]
Boromir verdedigde met het garnizoen de stad Osgiliath toen Sauron de stad in juni D.E. 3018 aanviel. Ze konden de overmacht niet aan en hij verdedigde de Brug van Osgiliath tot het laatste moment waarop deze instortte. Slechts vier man overleefde het instorten, waaronder Boromir en zijn broer Faramir. In vooravond voor de aanval kreeg Faramir een droom die wees naar Imladris. Denethor vertelde zijn zoons dat dit Rivendel was. Aangezien de weg naar Rivendel vol gevaren was besloot Boromir in plaats van zijn broer te gaan en in totaal duurde zijn reis naar het Laatste Huiselijke Huis 110 dagen.[1]
Op de ochtend van de samenkomst van de Raad van Elrond arriveerde Boromir in Rivendel. Hij kwam voor raad naar Elrond en werd vervolgens door hem gevraagd om deel te nemen aan de Raadsvergadering,[1]